Kleurdwerg (haarstructuur)
Vosbeharing
Alleen in de kleur wit. De grannenharen van de pels moeten zo stevig mogelijk zijn, de bij- en wolharen zullen zeer talrijk moeten zijn om deze grannenharen te ondersteunen, waardoor de pels in een bepaalde stand blijft staan. De ideale pelsconditie bij het tentoonstellingsdier is een geheel doorgehaarde pels, zonder dun behaard of kaal plekje. De verharing herkent men duidelijk aan het oude, afstervende en het nagroeiende haar is zichtbaar en te onderscheiden. Niet enkele in 't rond vliegende haren, maar flink loslatend haar is als verharing te beschouwen. De pels moet vol ingehaard zijn. De haren zijn aan de wortel enigszins fijn, naar boven dikker wordend, om in de punten weer fijner te eindigen. De beharing mag niet golvend zijn en geen wollig aanzien geven. De pels moet veel onderwol bevatten, om de dekharen te steunen, zodat deze niet plat op het lichaam komen te liggen. Bij de beoordeling mogen de grannen niet verder voorover vallen dan horizontaal, hoe schuiner deze haren blijven staan hoe beter de kwaliteit is, vallen deze haren verder dan horizontaal dan is de granbeharing te slap. De hoofdwaarde van deze pels ligt in de dichtheid, de structuur en de lengte van de beharing. De haren moeten 3-5 cm lang zijn en fraai glanzend. De kop en benen zijn iets langer behaard. De buikbeharing is korter dan op het dek en moeten gelijkmatig in vertikale lijn staan. De kleur is zuiver wit, vrij van ivoorkleur of gele aanslag. De oogkleur is rood. De nagels moeten kleurloos zijn.


